Navigation

Weerstand - hoe krijg je een ja voor jouw voorstel

 

Hoe je weerstand overwint tegen een projectvoorstel

(zonder zelf alle problemen op te lossen)

 

“Dat ga ik dus echt niet doen!

Echt niet.”

De medewerker van het waterschap kijkt me stellig aan.

Met tien mensen zijn we aan het oefenen deze middag.
In een ruime vergaderzaal.

We oefenen met weerstand. En met problemen.
Problemen
die anderen verzinnen wanneer jij een voorstel doet.
En hoe je dat effectief kan ombuigen.

Je weet wel.
Jij vraagt: “Kunnen we niet ….”
en je gesprekspartner begint zijn zin met “ja maar”.

Ik heb net uitgelegd dat je die problemen en weerstanden beter vroeg kan opsporen.
Voordat ze groot worden en het allemaal uit de hand loopt: met lange notities.
En moeizame vergaderingen.

 

Weerstand - de medewerker kijkt me heel stellig aan

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

“Ik ga echt niet een rondje maken om alle bezwaren tegen mijn voorstel te verzamelen”,
zegt hij nog een keer.

“Dan moet ik ze daarna zeker allemaal gaan oplossen.”
Hij slaat z’n armen over elkaar. En zet zich schrap voor wat er komen gaat.

“Niet duwen”, denk ik. “Dan wordt hij alleen maar stelliger.”

Vragen stellen blijft de beste manier van beïnvloeden.

Daarom vraag ik: “Heb je het al eens geprobeerd?“
Nee, dat heeft hij niet. Het blijft even stil.

“En hoe groot is dat kans dat jouw plan het dan gaat redden?”
Vraag ik nog een keer.

Hij kijkt naar buiten.

 

Niet iedereen is het automatisch met jouw plan eens!

Je kent het wel. Jouw project moet iets nieuws maken. Of iets veranderen.

Je verzint enthousiast een goede oplossing.

Een fietstunneltje onder een drukke spoorlijn. Een manier om conflicten in
een gezin respectvol op te lossen.
Een aanpak die kinderen leert om te gaan met hun faalangst.

Jij bent tevreden. Opgelucht zelfs. Want je hebt de puzzel opgelost.

Maar je ontdekt als snel: daarna begint het pas. Dan zijn er nog meer mensen
rondom het project. En die mogen er iets van vinden. De financiële afdeling.
Een beleidsmedewerker. Het team dat er mee moet werken. Een klankbordgroep. Inwoners.

En die zijn het niet altijd met jouw oplossing eens.

Vroeger noemde je dat een meningsverschil. Of ruzie. Tegenwoordig heet dat ‘weerstand’.

 

weerstand - vroeger noemdje dat een meningsverschil - of ruzie

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Dat betekent uren van praten, schrijven, weer praten en argumenteren.
Dat kost zeeën van tijd. Het levert frustratie op én al die tijd kom je niet vooruit.

Denk je.

Maar dat hoeft niet, want daar zijn allerlei technieken voor.

 

Hoe weerstand in het echt ontstaat

Ik vertel tijdens mijn trainingen vaak het verhaal over een collega’s van de afdeling ICT.

Als manager was ik verantwoordelijk was voor de productie én het halen van financiële doelen.
Dat was hard werken. Meestal ging het goed, maar het was wel vaak spannend.

Steeds moesten we schuiven met mensen om gaten te vullen.
Steeds verzonnen we kleine verbeteringen om de cliënten beter te helpen.
En zo konden we telkens nog een paar uur werktijd te besparen.

Helaas hielpen onze computersystemen ons niet erg.
Verouderd.
Gelukkig kwam de ICT-afdeling met een project.
Ze gingen alles moderniseren. En daarna zou alles anders zijn.

Na een half jaar was het plan klaar.

Toen schrokken we ons rot.

Wij moesten onze manier van werken aanpassen aan een standaard aanpak.
Een aanpak die in een andere organisatie verzonnen was. Achter een bureau.
Een aanpak die niets met ons werk te maken had. Alle onze tijdsbesparingen
zouden in één keer verloren zijn.

Dus vroegen we mijn ICT collega:

“Kunnen we samen iets praktisch verzinnen om dit probleem op te lossen?”

 

Wat ik nooit meer vergeet was het antwoord dat ik kreeg

“Nee hoor, dat wordt voor ons te ingewikkeld. En waarschijnlijk veel te duur.
Bovendien kunnen we het allemaal niet overzien.

Dus pas je werkwijze maar aan de landelijke standaard aan!”

 

Misschien had mijn collega gelijk, maar wat niet hielp dat hij niet naar ons luisterde

Want wat we ook probeerden: het enige antwoord dat we kregen was: zoek het maar uit.

Dat was het.

Er was geen enkel begrip voor onze zorgen. Geen inhoudelijke reactie
op onze argumenten. Geen gesprek. Geen uitleg. En geen minuut nadenken
over een oplossing die ons allebei kon helpen.

Wanhopig werd ik daarvan.

En witheet. En toen kwam er dus echte weerstand.

weerstand - hoe het ontstaat - hij bleef zijn eigen liedje spelen

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

Weerstand betekent volgens het woordenboek ‘tegenstand’ of ‘verzet’

Nu komt het. Mijn stelling is dat echte ‘weerstand’ bijna niet bestaat.

Wat klopt is dat de meeste mensen niet van verandering houden.

Maar het helpt al een hoop als je uitlegt waarom het moet.
En als je vertelt wat er hetzelfde blijft. Én het helpt dat je een oplossing zoekt.
Voor situaties waarin jouw eerste voorstel geen rekening houdt met de zorgen van de ander.

Want hoe minder je rekening houdt met die ander: des te steviger gaat die zich verzetten.
Echt verzet ontstaat pas als je de zorg van de ander niet serieus neemt.
Als je niet de moeite doet om een oplossing te verzinnen.

En daarom moet je vooraf praten met mensen op wie jouw voorstel invloed heeft.

Dat is helemaal niet zo moeilijk. Als je tenminste weet wat je moet doen.

 

Door die ervaring help ik mijn klanten nu snel een stap verder

Want bij veel projecten gebeurt precies hetzelfde als bij mij.

Er zijn reële zorgen of bezwaren.

Maar niemand probeert die op te lossen.

En dat is jammer. Want vaak ligt de oplossing binnen handbereik:

  • door bij hun projecten op de goede manier aan tegenstanders te vragen ‘waarom ze tegen zijn’
  • door te vragen wat ze willen hebben
  • door ze te vragen of ze een serieuze oplossing zien
  • Door dat op een respectvolle manier te doen
  • En door creatief naar oplossingen te zoeken.

Je moet alleen even over je eigen emoties durven heenstappen.

Toevallig ben ik daar nu goed in, maar ik heb het ook moeten leren.

En als ik het kan – dan kan jij dat ook.

Dus ga de boer op en probeer duidelijk te krijgen wat andere partijen echt vinden

Probeer scherp te krijgen wie er problemen heeft met jouw voorstel.
Daarna kan je die problemen met drie technieken scherp krijgen.
En oplossen.

Die technieken leer ik je in een middag.

Daarna kan je kijken of er een makkelijke oplossing voor is.

 

En de medewerker van het waterschap?

Samen ontcijferen we de aannames achter zijn noodkreet.

Dat hij in totaal wel 50 problemen zal horen
(in de praktijk zijn het er meestal een stuk of 6)

Dat hij al die problemen moet oplossen
(dat kan niet altijd. Maar dan weet je wél voor welke lastige vragen
je een antwoord moet verzinnen)

Dat hij dan al die problemen zelf moet oplossen
(het gaat er om of je samen een oplossing kan vinden. Soms is
alleen luisteren al genoeg. Vaak heeft de ander goede ideeën.
Vraag daar naar. En soms kan je jouw voorstel een klein
beetje aanpassen om de scherpste randjes eraf te halen)

Dat hij veel werk van anderen op zijn bord zou krijgen
(je kan gewoon vragen of de ander een oplossing heeft)

Dat er voor sommige problemen geen oplossing is
(dat zal je verbazen. Lees eens een boek over creatief denken)

 

Het einde van de training. Het is het weekend

Ik laat hem met rust.

Een paar weken later bel ik hem nog even op.
Hij heeft het rondje gemaakt.

En met de drie technieken in je binnenzak valt het allemaal reuze mee:
met een paar kleine wijzigingen is zijn voorstel aangenomen.

 

werken aan projecten even sparren

 

Laat wat van je horen

*